Inclusief ondernemen

Inclusief ondernemen

Beperking mag geen belemmering zijn

Inclusief. Het is het trendwoord van de laatste tijd. Een inclusieve samenleving, inclusieve commercials, inclusief sporten. Een en al inclusiviteit en dan kan het bedrijfsleven niet achterblijven. Zeker niet nu met argusogen naar bedrijven wordt gekeken of ze wel maatschappelijk verantwoord en duurzaam ondernemen. Het goede nieuws is dat inclusiviteit een succes is. Maar niet alleen vanwege maatschappelijke overwegingen. 

Inclusief ondernemen is niet uit vrije wil ontstaan. In 2015 namelijk, toen de term inclusiviteit nog niet en vogue was, werd de Participatiewet ingevoerd. Mensen met een achterstand tot de arbeidsmarkt, bijvoorbeeld in de bijstand, met een handicap of probleemjongeren moeten op basis van de wet sneller een baan kunnen krijgen om weer volop te integreren in de samenleving en een economische bijdrage te leveren. Aanvankelijk stonden bedrijven niet te springen van blijdschap over de nieuwe wet die de Wet Werk en Bijstand en de Wet sociale werkvoorziening en Wajong verving. Tjeerd van Dixhoorn van werkgeversclub VNO-NCW en verantwoordelijk voor het project Perspectief op werk: “Doordat de markt is gekanteld is de vraag gegroeid en is de bereidheid vergroot. Er worden sneller aanpassingen gedaan om het werk af te stemmen op de doelgroep. En werkgevers zeggen: ‘Kom maar door met mensen met een achterstand en ouderen. We gaan wel kijken hoe we die kunnen inpassen in het proces’. Wat je ziet is dat gemeenten en overheden de mensen onvoldoende in beeld hebben. Bedrijven in de techniek, logistiek of levensmiddelentechnologie hebben wel werk maar de mensen die kunnen instromen in die beroepen kunnen niet gevonden worden. Vaak hebben die te lang aan de kant gestaan en dan wordt ook het moeilijk om weer aan het werk te komen.”

Welwillende ondernemers

Van Dixhoorn constateert dat er inmiddels veel meer bereidheid is om inclusief te ondernemen. “Er zijn veel welwillende ondernemers die willen bijdragen. Niet alleen grote bedrijven, maar ook in de kleinere regio’s en plaatsen. Tachtig procent van de ondernemers is bereid om hieraan mee te werken. Maar de mensen moeten er wel zijn…” Overigens geldt de verplichting in het kader van de Participatiewet voor bedrijven vanaf 25 medewerkers. Maar bij kleinere ondernemingen en familiebedrijven zijn mensen met een achterstand tot de arbeidsmarkt ook welkom.

Motivatie

Dat geldt zeker voor Sowecare dat zogenaamde trippelstoelen en trippelrolstoelen maakt; een nicheproduct dat vanuit Almelo over de hele wereld wordt geëxporteerd. Directeur Evert Elbertse heeft ruimschoots ervaring met inclusief ondernemen. Samen met enkele afdelingshoofden nam hij Sowecare via een MBO over van de sociale werkplaats van Soweco: “Men maakte toen nog sta-op-stoelen. In 2008 hebben we het overgenomen en zijn we ons als zelfstandig bedrijf op speciale trippelstoelen gaan richten. Een uniek product dat we tot in Australië verkopen.” Het sociale karakter is gebleven en van de dertig medewerkers heeft tachtig procent een achterstand, ofwel door een fysieke handicap of door een sociaal psychische problematiek. “Dat betekent dat je daar je bedrijf op moet inrichten. Bij ons is de snelheid anders; het kost tijd om mensen te leren wat ze moeten doen en je moet een product hebben dat lang hetzelfde blijft. We maken bijvoorbeeld voor Philips ook onderdelen. Die zijn al jaren hetzelfde, dat kunnen ze dromen. Het is belangrijk te weten wat iemand kan en waar je die persoon inzet. En het allerbelangrijkste is motivatie.” Evert Elbertse geeft toe dat een personeelsbestand waarin mensen met een achterstand veruit in de meerderheid zijn, een uitzondering is. Maar wel een plezierige: “We vinden het fijn met deze mensen te werken. Er is een leuke sfeer, men is betrokken. Je moet alleen rekening houden met de spanningsboog van de medewerkers. In een hoog competitieve markt val je uit de boot maar bij ons worden andere levertijden geaccepteerd. Het komt niet op twee dagen aan.” Jaloers op andere bedrijven is Elbertse niet, wel denkt hij dat er meer inclusiviteit mogelijk is: “Bij veel bedrijven zijn functies die vervuld kunnen worden door mensen met een achterstand. En daar zijn ook meer ondernemers zich bewust van.”

Begrip op de werkvloer

Tjeerd van Dixhoorn geeft ook aan dat het belangrijk is dat inzichtelijk wordt gemaakt op welke functies mensen kunnen worden ingezet: “Bijvoorbeeld in de logistiek kunnen mensen uit de bijstand aan het werk. Dat kun je organiseren maar er moet natuurlijk ook een intrinsieke motivatie zijn om aan het werk te gaan. Aan de andere kant vraagt het om een bepaalde cultuur en begrip op de werkvloer. De een is meer geduldig dan de ander en dat verschilt ook van bedrijf tot bedrijf. In bepaalde werkomgevingen gaat het er wel eens anders aan toe.”

Vakmensen

Zo’n werkomgeving is bijvoorbeeld de bouw. Tom Koster van Noaber Bouw zit zijn hele leven tussen timmerlui en metselaars en weet hoe het er aan toe gaat. Maar dat staat de sociaal maatschappelijke identiteit die de Bornse aannemer heeft niet in de weg. Naast een grote groep vakpersoneel in eigen dienst biedt Noaber Bouw ook een volwaardige werkplek aan medewerkers met een beperking. “We staan altijd open voor mensen die een verminderd werkvermogen hebben.” Deze medewerkers komen trouwens uit de bouw zelf, zijn timmerman, metselaar of stukadoor maar zijn bij hun vorige werkgever door omstandigheden uitgevallen. Koster: “Door ziekte, burn-out of lichamelijk, bijvoorbeeld een rugprobleem. Die vinden bij ons weer nieuwe mogelijkheden. We kijken dan naar de restcapaciteit, wat ze nog kunnen en passen ze in het werk in. In bepaalde gevallen re-integreren ze dan elders, soms bij hun vorige werkgever.” Hij benadrukt dat Noaber Bouw geen sociale werkplaats is: “We werken met vakmensen, leveren een goede kwaliteit. We hebben meer aandacht voor de menselijke maat waarbij altijd vakkundigheid bovenaan staat.” Noaber Bouw is gespecialiseerd in verbouw, renovatieprojecten, onderhoud, et cetera in de particuliere sector. Nieuwbouw is slechts een klein deel. In de eigen timmerwerkplaats worden jonge stagiaires opgeleid. Het feit dat de bouwer sterk inzet op maatschappelijk ondernemen en ook medewerkers heeft met een lager arbeidsvermogen, wordt nauwelijks opgemerkt door de opdrachtgever. “Maar het onderscheidt ons wel en klanten vinden het fijn dat wij de menselijke kant laten meewegen.” Dat geldt overigens ook voor opdrachten in het kader van de SROI, de Social Return of Investment, waarbij aannemers Noaber Bouw inschakelen om aan de maatstaven van SROI te kunnen voldoen. Voor Tom Koster is het in elk geval een goede keuze geweest: “Het is mooi om deze medewerkers volwaardig in te kunnen zetten in het bouwproces. Het zijn enorm loyale medewerkers en dat geeft in de uitvoering ook veel rust.”

Positieve effecten

Mariska Cubuk is van Djopzz Participatie, een bureau dat gespecialiseerd is in bedrijfsadvies op het gebied van inclusief en sociaal ondernemerschap en mensen detacheert met een afstand tot de arbeidsmarkt. Ze erkent dat de Participatiewet en Social Return een positief effect heeft op de mindset van bedrijven om meer werkgelegenheid te bieden aan mensen met een arbeidsbeperking. “Maar het is niet altijd eenvoudig”, aldus Cubuk. “Het vraagt soms aanpassing aan functies en is afhankelijk van de problematiek bij de kandidaat. Wij doen ons best samen met de inleners de juiste begeleiding te bieden. Je kunt echter nooit voorkomen dat iedereen meteen duurzaam aan de slag blijft. Soms zakken mensen even door het ijs. Maatschappelijk gezien juich ik het toe dat iedereen zoveel mogelijk een reguliere werkplek krijgt op de arbeidsmarkt. Toch zie ik ook dat voor sommige mensen de beschutte omgeving die het sociale werkbedrijf in het verleden bood, beter zou zijn. Desondanks is het gaaf om te zien wat er in Nederland de laatste jaren op gang is gekomen en zien we dus ook de positieve effecten. Bovendien, door de krapte op de arbeidsmarkt hebben we al het beschikbare arbeidspotentieel hard nodig, dus ook deze groep!”

Plezier

André Trip van groenvoorzieningsbedrijf Grootgroener in Wierden probeert wel die beschutte omgeving te bieden en uit overtuiging: “Mijn vader zat in een rolstoel en ik heb gezien hoeveel ellende dat in een gezin kan veroorzaken. Daarom vind ik het belangrijk om jongens met een afstand tot de arbeidsmarkt bij de maatschappij te betrekken. Er zijn er altijd vier tot vijf aan het werk, al vanaf de eerste dag. Als ondernemer heb je toch ook een maatschappelijke plicht.” Grootgroener bestaat tien jaar en werkt vooral voor de overheid. Veel van het werk wordt machinaal gedaan. Trip: “We hebben bijvoorbeeld een jongen die 35 weken achter elkaar gras maait in Hellendoorn. 35 weken gemotiveerd blijven is voor hem geen probleem. En hij vertelt er trots over op iedere verjaardag. Er is een knaap die met een onkruidbrander onkruid wiedt op de stoepen. Die probeert elk jaar weer later te stoppen en eerder te beginnen. Het seizoen is nog niet voorbij, zegt hij dan. Zoveel plezier heeft hij in zijn werk.” Het vergt aandacht en de jongens worden gekoppeld aan een buddy, zegt Trip tot slot: “Maar het enthousiasme, de glimlach, dat heeft op iedereen een positieve uitwerking. Ze houden je een spiegel voor.”

Tekst: Erwin Gevers
Fotografie: Frank Visschedijk

>
>
>
Westerhuis Verhuur
Jongbloed
EY
Boers & Lem
Eurorisk