Ondernemers zijn optimisten
‘Niet bij de pakken neer gaan zitten’
Hoe gaat het in ondernemend Twente? Is het kommer en kwel in de nasleep van de coronacrisis of is de stemming monter en blijmoedig, ondanks doemberichten over inflatie, een naderende recessie, knallende prijsverhogingen, gebrek aan grondstoffen en een teisterend gebrek aan personeel? TOM stak de peilstok – of de thermometer – eens diep in de regionale economie. Een rondje langs de velden. De conclusie is dat ondernemers optimisten zijn, ondanks alles.
Neem Albert van Winden, voorzitter van MKB Twente, een breed samengesteld
assortiment met bedrijven. “Kijk,”, zegt hij: “Een ondernemer onderneemt,
die ziet kansen en durft risico’s te nemen. Die gaat niet zitten afwachten,
die kijkt naar de mogelijkheden. En dan boren ze ineens markten aan die
er eerder niet waren…” Dat kan Gerdi de Vries, parkmanager van Bedrijvenpark
Twentekanaal in Hengelo – één van de grootste van de regio – wel beamen.
Ze is ook ‘kartrekker’ van de Werkgeverskring Enter, waar ze een bestuurslid
vroeg of hij het allemaal nog wel leuk vond. Antwoord: “Dit is de tijd
waarin het echt op ondernemen aankomt. Alles verandert, je moet goed opletten:
wat pakken we op en hoe doen we het?” Die Enterse zakenman vindt het best
een mooi tijdsgewricht, constateert De Vries. En dat hoort ze meer ondernemers
zeggen: “Er klinken best opgewekte geluiden, ze hebben het echt druk.”
Vooral de bouwbedrijven: “Die moeten zelfs wel eens opdrachten teruggeven.
De geldigheidsduur van een offerte was eerder twee weken, nu soms slechts
twee dagen. Want de vraag blijft groot, terwijl de prijzen nog nooit zo
hoog zijn geweest!”
Machtsverschuiving
Ook in de metaalsector is het alle hens aan dek. Het loopt lekker,
blijkt uit een toelichting van Guido Slump, bestuurslid van de Metaalunie,
district Oost. Maar hij wil nou ook weer niet een ál te jubelend verhaal
houden. Enige tactische terughoudendheid is op zijn plaats, want in Den
Haag zijn ze op zoek naar enige tientallen miljarden, en voor je het weet
staat de fiscus enthousiast voor de deur te zwaaien…
Kortom, Slump geeft blijk van bescheiden vreugde. Niet al te positief,
‘want dan weet de politiek je te vinden.’ Maar het gaat best goed. Hij
neemt zijn eigen bedrijf, Disselhorst Metaal in Raalte, als voorbeeld.
Hij ziet omzet en winst stijgen en staat op het punt een miljoeneninvestering
te doen in een nieuwe fiberlaser, die het energiegebruik bij het snijden
van metaal met 80 procent reduceert. “En volgend jaar ga ik een nieuw gebouw
neerzetten!” Zijn analyse van de metaalsector: “In de hele branche lopen
de levertijden op, niet alleen vanwege de schaarste, maar ook vanwege het
feit dat er zoveel vraag is. Onze afnemers zijn doorgaans bedrijven die
machines opbouwen. Wij zijn de toeleveranciers, en wat we leveren is redelijk
goed verkrijgbaar.” Want staal is weliswaar even héél duur geweest, maar
wereldwijd is er voldoende verkrijgbaar. Slump rept van een inhaalvraag.
En de relatie klant-leverancier verandert wat. “Vroeger lag de macht bij
de koper, nu merk je dat het een beetje aan het verschuiven is richting
leveranciers. We beginnen er met ons allen aan te wennen dat het aanbod
niet oneindig is, net als de capaciteit van de leveranciers. Dan valt er
ook wel over te praten over wanneer we wél kunnen leveren. Nee, voor producerende
bedrijven zoals wij is het leven niet per se verslechterd…” Slump: “Om
een lang verhaal kort te maken: er is een enorme vraag en de technische
sector waarin wij opereren, is gezond en groeit.” Maar dat wil hij dus
niet al te hard van de daken schreeuwen. Hij juicht voorzichtig en niet
al te luidruchtig…
Mooie kansen
En dan het MKB, ‘de kurk waar de economie op drijft’, zoals voorzitter
Albert van Winden eens opmerkte. Hoe is de stemming onder de ruim 500 leden
van zijn afdeling? Welnu, daar vallen best lichtpuntjes aan te wijzen.
Creatieve ondernemers met een flexibele grondhouding weten zich wel te
redden. “Er zijn een paar bedrijven die waanzinnig mooie kansen hebben
gekregen. Of beter gezegd: zelf hebben gecreëerd”, meldt Van Winden.
Een voorbeeld: “Er zit een bedrijf bij ons dat altijd stellages voor beurzen,
tentoonstellingen en zulke evenementen heeft gebouwd. Toen kwam corona
en alles viel weg. Ze zaten allemaal zonder werk. Waarop ze zich enthousiast
hebben gemeld bij de GGD met de vraag of ze geen teststraten konden inrichten.
Daar hebben ze volop werk in gehad, een fantastisch idee! Ze zijn niet
bij de pakken gaan neerzitten, ze hebben mooie opdrachten binnengehaald.”
Nog meer tevreden MKB-ondernemers: de rijwielhandel. Albert van Winden:
“Die winkels hebben het nog nooit zo goed gedaan als in coronatijd! Zelfs
zó goed dat ze nu bijna geen reservemateriaal meer kunnen krijgen.” Want
veel spullen komen uit China. En dat is momenteel even een beetje lastig…
Wie het ook goed doen onder zijn Twentse leden: de specialisten op het
gebied van automatisering. Eveneens een gevolg van het virus, volgens de
MKB-voorman. “Daardoor werd het voor iedereen nog eens extra duidelijk
dat geen enkel bedrijf zonder digitalisering kan. Er moesten webshops worden
gebouwd, er moesten goeie websites worden ingericht, er moest worden geautomatiseerd.”
En neem de kantoorinrichters: “Die hebben veel meer stoelen en bureaus
verkocht dan ze ooit eerder hebben gedaan.” Ze delen zo mee in de zegeningen
van het thuiswerken. Werk zat, en dus overal een schreeuwend gebrek aan
personeel. “We hebben leden die het hartstikke goed doen, maar die bijna
niet kunnen groeien omdat ze geen goeie mensen kunnen krijgen, zoals bouw-
en isolatiebedrijven. Zo zijn er waanzinnig veel warmtepompen besteld die
ze niet meer tijdig kunnen leveren. Ik ken er een paar die nog nooit zúlke
lange wachttijden hebben afgegeven! Héél bijzonder!”
Er liggen nog meer kansen voor IT’ers, signaleert Van Winden: veel MKB’ers
hebben namelijk serieus oog gekregen voor het risico om te worden gehackt.
“En dan blijkt dat ze toch niet zo’n goede beveiliging hebben als ze dachten.
We gaan daar binnenkort een speciaal symposium over houden. Om ze te helpen
en ze na te laten denken. Want als je dadelijk niet meer bij je voorraad
of geld kunt komen, dan heb je echt een groot probleem! En dat gevaar ligt
op de loer!”
’t is wat het is
De horeca heeft andere zorgen. Want het lijkt nu wel weer een vrolijke
boel op zomerse terrasjes, maar de ondernemers moeten keihard sappelen
om de gevolgen van de coronaramp te boven te komen. En dan is er ook nog
dat schreeuwende gebrek aan medewerkers. Joris ten Wolde rapporteert vanuit
Oldenzaal, als voorzitter van de plaatselijke afdeling van Koninklijke
Horeca Nederland. De stemming is wisselend. “De één klaagt wat meer dan
de ander, en die ander zegt: ‘t is wat het is, we moeten ondernemen en
doorgaan.”
“Je bent geneigd om te denken: het is lekker druk in de horeca, het is
allemaal weer dik in orde.”, zegt de eigenaar van restaurant Quakoken.
Maar de coronacrisis heeft er stevig ingehakt. “Nou ben ik nog jong, 36
jaar, maar de wereld ziet er heel anders uit als je ouder bent en je hebt
je pensioen moeten opeten. Ook wij hebben een enorme financiële scheur
in de broek, maar om nou bij de pakken neer te gaan zitten, dan komt het
ook niet goed.”
Geheel in lijn met zijn opvattingen opende Ten Wolde begin mei een tweede
zaak in Oldenzaal: snacklokaal De Meester, een luxecafetaria met op de
menukaart onder meer een frietje runderragout en gamba’s met zoete-aardappelfriet.
Maar een bamischijf kan natuurlijk ook. “Ik zag kansen in de markt”, zegt
Joris. Het openingsweekend was een gekkenhuis…
Tekst: Bob Gevers
Fotografie: Frank Visschedijk, Eric Brinkhorst