De ambitie van Jeroen Pronk van Valvetight

De ambitie van Jeroen Pronk van Valvetight

Wereldwijde standaard vanuit Weerselo

Niet zelden komen oplossingen voor lastige problemen voort uit eenvoudig en praktisch denkwerk. Daaraan gekoppeld is vaak ook de vraag waarom niemand het eerder heeft bedacht. Dat geldt ook voor de DBB-Saver die Jeroen Pronk ontwikkelde. Een ingenieus apparaat waarmee de olie- en gassector en de petrochemie niet alleen tijd en dus geld bespaart, maar ook een stuk veiliger is geworden. Vanuit Weerselo is zijn vinding de wereld aan het veroveren. Ook omdat Shell de DBB-Saver al heeft omarmd en de eerste onderscheiding in ontvangst kan worden genomen. Een Weerseloos bedrijfje tussen de oliegiganten.

Er hangen naast de Nederlandse ook buitenlandse vlaggen aan de masten bij Valvetight aan de Zandhaarweg in Weerselo. Een teken van gastvrijheid, de laatste  bezoekers kwamen uit Maleisië, Spanje en Nigeria. “We hebben meerdere vlaggen klaarliggen, maar zoveel bezoekers komen er ook weer niet. Meestal gaan wij naar die landen toe om ons te presenteren. Door corona kunnen we nu niet reizen en doen we veel via Skype”, vertelt Jeroen Pronk van Valvetight. Dat heeft ook een voordeel, hij heeft meer tijd  om te werken aan een nieuwe toepassing voor zijn DBB-Saver, die internationaal furore maakt in de olie- en gassector.

Glanzende carrière

Overigens, aan werken, vooral hard werken, heeft de 48-jarige West-Fries nooit een hekel gehad. Werken was normaal in het Hoornse gezin. Zijn vader was, toen hij nog jong was, eerste stuurman op de kleine handelsvaart. “Scandinavië, Ierland, Engeland. Ons gezin ging mee aan boord”, vertelt hij in het kantoor van zijn bedrijf Valvetight in Weerselo. Pronk kijkt terug op een glanzende carrière, niet in de maritieme sector die hem aantrekkelijk leek, maar in de wereld van aardgas. Voor het zover was vertrok hij naar Amsterdam om aan de Hogeschool van Amsterdam de opleiding Algemene Operationele Techniek te doen. “Je kon daar ook een maritieme opleiding doen, maar AOT leek mij beter en techniek heeft me altijd getrokken.”

De studie gaat hem makkelijk af en in zijn vrije tijd werkt hij in de haven. “Containers laden, stukgoed, zelfs nog munitie voor de Amerikanen voor de Golfoorlog. Ik had niets met het studentenleven, het havenwerk was veel leuker. De sfeer onderling, het was lachen, gieren, brullen. Maar ook veel uren, soms tot diep in de nacht. Ik sliep in de auto en dan weer naar school.”

Hij werkt dan ook aan de Hemwegcentrale. “Ik was net afgestudeerd en toen we daar toevallig  aan het werk waren ben ik in mijn overall naar de personeelsafdeling gegaan om te vragen of ze een positie voor me hadden. Ze bleken een managementtrainee nodig te hebben en daar werd ik voor geselecteerd.”

Tientallen cavernes

Het is zijn opstap naar de energiewereld. Via de Amsterdamse kolencentrale komt hij bij de Nuon. “Daar kwam mijn opleiding goed van pas, procestechniek, rotating equipment, elektronica, van alles leer je een beetje en dat heeft mij enorm geholpen.”

In dienst van Nuon, nu Vattenfall, doet hij uiteenlopende projecten voor de elektriciteitscentrales van het nutsbedrijf. Hij is als jongste plant manager onder andere verantwoordelijk voor de inbedrijfstelling  van de IJmondcentrale op het Hoogovensterrein en voert reorganisaties door. Hij wordt benoemd tot assetmanager van de gasstorage in het Duitse Epe. De privatisering heeft zich doorgezet in de gasdistributie en een van de gevolgen is dat de Gasunie afspraken maakt met de nutsbedrijven over de piekvraag naar aardgas. Pronk: “Als Nuon of als andere leverancier moest je met de Gasunie contractueel overeenkomen wat je maximale vraag aan gas per jaar zal zijn. Ze gaan dan uit van piekdagen, als er veel gas wordt gevraagd. Je moet dan binnen die grens blijven. Kun je dat niet, dan kost dat geld. Veel geld.”

Om te voorkomen dat die piekvraag wordt overschreden, wordt bij Epe in grote cavernes gas opgeslagen op een diepte van zo’n 1.100 meter. Op het moment dat er een groeiende vraag naar gas was, konden de voorraden uit de cavernes worden aangesproken. Jeroen Pronk: “Nuon was niet de enige partij, er zijn daar tientallen cavernes waar Nederlandse en Duitse nutsbedrijven gasvoorraden opgeslagen hebben. Overigens is het systeem van die piekgarantie alweer verdwenen, maar dat is een ander verhaal…”

Voor zichzelf beginnen

Na vijftien jaar Nuon vindt hij een nieuwe uitdaging bij Eneco, waar hij ook weer verantwoordelijk wordt voor de ontwikkeling van een nieuwe gasopslag, eveneens in Epe, alsmede de ontwikkeling van een biomassacentrale in Delfzijl. Aansluitend werkt hij van 2012 tot 2014 bij de het uit Abu Dhabi afkomstige olie- en gasbedrijf TAQA voor de realisering van de Gas Storage Bergermeer in Noord-Holland.

Dan neemt hij het besluit voor zichzelf te beginnen. Zijn ervaringen met de complexe installaties waarmee gas wordt verpompt heeft Pronk dan al op het spoor gezet. “In installaties, niet alleen bij gasopslag, maar in alle olie- en gasinstallaties en petrochemie, worden afsluiters gebruikt. Maar de afsluiters, waarmee leidingen worden gedicht voor onderhoud, laten vrijwel zonder uitzondering toch gas door. Met als gevolg dat, als bijvoorbeeld aan een compressor moet worden gewerkt, de afdichting nooit volledig is en gas toch langzaam naar die compressor kan stromen. Dat kan dan een onveilige situatie opleveren, als er nog gas door zo’n leiding loopt.”

Lekkende afsluiters

Pronk weet waar hij over praat. In de achterliggende vijftien jaar in de gassector heeft hij staaltjes meegemaakt bij afnames bij fabrikanten. “Je wordt soms genept waar je bij staat. Dan leveren ze afsluiters die bij de eerste test al lekken of worden afgedicht met vet. Zelfs als afsluiters in de fabriek goed afdichten, krijgen ze in de praktijk toch te maken met slijtage en beschadigingen door vuil in de systemen, waardoor ze uiteindelijk toch weer lek raken”, vertelt hij. “Kijk, je hebt te maken met hoge drukken. Naar buiten toe zijn ze oersterk, maar inline lekkage is gewoon een probleem. Kleppen zijn dan de achilleshiel van een installatie en hoe ouder de afsluiters hoe hoger de slijtage. Iedereen weet het want het is een wijd verspreid probleem, alle collega-bedrijven hebben er problemen mee.”

De beste methode, als er een klep lekt terwijl erachter  inspecties moeten worden uitgevoerd of compressoren of pompen worden onderhouden, is de hele plant stilleggen. “Maar dat kost veel geld. Je hebt dus een commercieel of een veiligheidsprobleem. En aangezien in onze industrie geen concessies worden gedaan aan veiligheid blijft het commerciële probleem over.”

Enorme kostenverlaging

Jeroen Pronk bedacht een methode om veilig te werken zonder dat een complete installatie stil moet worden gelegd. Installaties zijn altijd in secties opgedeeld zodat bij calamiteiten delen ingeblokt kunnen worden. Dat kan ook bij onderhoud, maar er komt dan, door slecht functionerende afsluiters, altijd nog gas richting de werkplek. “En bij onderhoud wordt dat niet geaccepteerd. De plant, of offshore het platform, gaat dan uit bedrijf. Bij de een zijn de toleranties overigens anders dan bij de ander. Hoe dan ook, helemaal veilig is dat niet, als je niet uit bedrijf gaat loop je risico’s.”

Met zijn spaargelden begon Pronk in de periode 2014 en 2015 zijn idee uit te werken in een werkend apparaat. Een idee dat is gebaseerd op het creëren van een vacuüm tussen twee afsluiters. Dat vacuüm zorgt ervoor dat gassen onmogelijk door de tweede afsluiter kunnen lekken en er veilig gewerkt kan worden zonder dat de gehele installatie stil wordt gelegd.

“Het voordeel is dat er niet alleen veiliger gewerkt wordt maar dat de plant operationeel blijft. Het is dus een enorme kostenverlaging”, vertelt hij.

Bovendien kan onderhoud of reparatie nu beter worden gepland. Als een deel moet worden afgesloten en dat lukt onvoldoende door lekkende afsluiters, staan teams met dure monteurs werkloos te wachten. “En als je pech hebt en de planning loopt uit het roer en de einddatum kan niet gehaald worden, worden bedrijven soms gedwongen deze teams onverrichter zake naar huis te sturen.

Revolutionaire DBB-Saver

Het apparaat dat voor een revolutie moet zorgen is de DBB-Saver. Pronk investeerde er geld en tijd in waarbij hij samenwerkt met Poorthuis Industrial Services in Oldenzaal. Lichtelijk ironisch want Poorthuis is specialist in revisie en onderhoud van stoom- en drukinstallaties en dus ook afsluiters. “Met Poorthuis  heb ik het prototype gebouwd. Inmiddels zijn er nu dertien DBB-Savers die we verhuren aan klanten. Wereldwijd, tot in Australië, Oost-Siberië, Maleisië, Saoedi Arabië, Nigeria, Oman, etc. Het geheel past eenvoudig in een vrachtwagen of container, maar gaat meestal het vliegtuig in om snel ergens ter plaatse te zijn. Ikzelf ga dan mee om het in bedrijf te stellen op locatie of om de mensen daar te instrueren. Soms leasen ze het apparaat namelijk voor meerdere jaren. Soms wordt de klant ook gewoon in Weerselo getraind. Maar ook bij Poorthuis zijn nu operators die met de DBB-Saver meegaan op locatie. Ook zij hebben hun offshore papieren.”

Het businessmodel van het Weerselose Valvetight is gebaseerd op operational lease en niet op verkoop. Bij hoge uitzondering is het één keer verkocht, maar Pronk’s voorkeur is om te groeien op basis van rental en leasing van de apparaten.

Wereldwijd standaard

Hij is ervan overtuigd dat het een succes gaat worden. “Je praat over miljoenen aan besparingen. Een installatie stilleggen om maintenance uit te voeren kost heel veel geld, nieuwe afsluiters monteren ook. Met ons apparaat kan veilig doorgewerkt worden door het vacuüm-slot principe. Ik weet zeker dat de DBB-Saver wereldwijd standaard wordt. En dat is ook mijn ambitie!”

Die overtuiging komt niet uit de lucht vallen. Shell adviseert haar productiebedrijven en Joint Ventures om de Weerselose vinding te gebruiken. Pronk: “Shell was op zoek naar een nieuwe methode die direct wereldwijd kon toegepast worden. Dat is de DBB-Saver. We hebben wel een aantal eisen gekregen van Shell maar daarmee is het nu Shell Approved.”

Een ander bewijs dat Pronk voor een revolutie zorgt in de sector is de Offshore Technology Conference die in augustus in Kuala Lumpur wordt gehouden. Jeroen Pronk mag er naartoe reizen om een prijs in ontvangst te nemen voor zijn vinding. “Best New Offshore Technology”, zegt hij. “Als klein Twents bedrijfje tussen de oilfield-service-giganten als Halliburton, Schlumberger en Weatherford.”

Cultuuromslag

Inmiddels werkt hij aan de ontwikkeling van een DBB-Saver voor gebruik op Schiphol. Ook dat is reeds in een gevorderd stadium. Net zoals er weer vier nieuwe DBB-Savers worden opgebouwd om de stijgende vraag bij te kunnen houden. Hoe groot de vloot uiteindelijk wordt en hoe snel dat gaat, durft Jeroen Pronk niet te voorspellen. “Doelstelling is dat er constant DBB-Savers overal in de wereld staan. Soms voor een korte periode of gedurende langere periodes van een jaar. Ik heb inmiddels al agenten in een aantal landen. Kijk, ik weet hoe de hazen lopen in deze wereld. En als ik zelf nog plantmanager zou zijn geweest, zou ik continu zo’n apparaat tot mijn beschikking willen hebben. Geld besparen is een ding maar veiligheid telt steeds meer. Piper Alpha, Deep Water Horizon, die rampen hebben voor een cultuuromslag gezorgd. De DBB-Saver past perfect in die cultuur.”

Tekst: Erwin Gevers
Fotografie: Frank Visschedijk

>
>
>
Eurorisk
Jongbloed
EY
Westerhuis Verhuur
Dijks Leijssen
Boers & Lem