Business as usual

Business as usual

Inflatie en energieprijzen geen reden voor paniek

De discussie rond de spaartaks, de hoge brandstofprijzen en als kers op de taart forse inflatiecijfers; het geeft nog maar weer eens hoe volatiel en onvoorspelbaar de wereld zowel macro-als micro-economisch is. Immers, wie had dit enkele maanden geleden durven te voorspellen, toen, ondanks de coronapandemie, de welvaart op volle kracht vooruit ging en arbeidskrachten schaars waren. Is er reden tot paniek? Storten de financiële markten als kaartenhuizen in elkaar en zijn nachtmerries over een kredietcrisis zoals in 2008 gerechtvaardigd? TOM legde het oor te luister bij uiteenlopende financiële specialisten. Conclusie: het tekort aan arbeidskrachten blijft een angel. Voor het overige is er weinig paniek.

Rob Postma van Countus Accountants en Adviseurs begint met relativeren: “Is er reden voor paniek? Nou ja, er is paniek. Maar tegenwoordig heeft alles wat er in de wereld gebeurt wel effect op iets. Als ergens een olieboorplatform uitvalt zie je dat aan de pomp. Je merkt dat steeds meer; niet alleen als particulier maar ook als bedrijf. Elke keer is er wel iets waardoor de prijzen fluctueren of zoals nu omhoog gaan. Met hoge inflatie tot gevolg. Ergens hadden we het wel een beetje kunnen zien aankomen. In december was de schaarste aan olie in een aantal landen al zo groot dat de benzine op de bon ging.” Postma ziet een ander, wellicht groter probleem: “Wat mij de grootste zorgen baat is het tekort aan personeel. We hebben een transitie te maken omdat we duurzamer moeten leven. Iedereen moet zonnepanelen en van het gas af. Maar er zijn onvoldoende mensen om dat uit te voeren. Dat, in combinatie met hoge energieprijzen, kan de groei van de economie belemmeren.” Hij vervolgt: “De basis van de economie is altijd vraag en aanbod. Als de vraag hoog is en het aanbod laag, dan gaan de prijzen omhoog. Heel simpel: in de bouwcrisis zat een stukadoor werkloos thuis en nu kan hij in sommige delen van het land een uurtarief van honderd euro vragen. Maar er komt een keer een eind aan de prijsstijgingen, domweg omdat niemand het meer kan betalen. Zolang mensen kunnen betalen gaat het goed en kunnen bedrijven stijgingen doorberekenen, maar er komt een moment dat het niet meer kan.” Postma ziet ook de positieve kanten: “Inflatie zet aan tot vernieuwing. Bijvoorbeeld nu met de brandstof- en energieprijzen. Een effect is namelijk dat meer mensen overwegen om een hybride of elektrische auto aan te schaffen. Of zonnepanelen nu ze drie keer zoveel voor energie betalen. Dat geeft een positieve impuls aan de klimaatdoelstellingen.” De belangrijkste tip voor ondernemers is vooruit kijken en meerdere plannen en scenario’s maken: ”Niet alleen voor nu maar denk na hoe de wereld er over tien, vijftien jaar uitziet. Niemand heeft een glazen bol maar een paar dingen zijn wel zeker: met stip op nummer een is dat de energietransitie doorzet en het personeelstekort niet op korte termijn opgelost is. Daar moet je op gaan acteren. Wij hebben die glazen bol als Countus ook niet maar we hebben wel onze expertises en als je die bundelt krijg je een visie. Vanuit die gedachte adviseren wij ook: probeer niet nu alle ballen hoog te houden zonder vooruit te kijken, want dan heb je over drie, vier jaar weer andere problemen.”

Oudedagsvoorziening

Bernard Koning van Eurorisk in Hengelo volgt als pensioenexpert de economische ontwikkelingen; echter is er van grote opwinding geen sprake. Ook niet bij ondernemers. “Ja, de prijzen gaan omhoog en je moet meer betalen als voorheen. Maar de ondernemers die ik spreek vinden dat niet het meest spannende. Ontwikkelingen zoals het loskoppelen van de AOW van het minimumloon, dat vraagt meer aandacht omdat het nog belangrijker wordt om na te denken over je pensioen. Anders heb je straks namelijk te weinig centjes. De overheid trekt zich terug en het zorgen voor een goed pensioen wordt steeds meer individualistisch. Je bouwt nu een pensioen op dat is gebaseerd op de huidige koopkracht, maar er wordt geen rekening gehouden met een inflatie van rond de zeven procent. Je zou de pensioenen dan ook met dat percentage moeten indexeren, zodat je later kunt leven zoals je nu gewend bent. Dat gebeurt nu niet. Ook voor de ondernemer die zijn eigen pensioen regelt wordt dat steeds belangrijker want nogmaals: zorg zelf voor een goede oudedagsvoorziening. Daar ligt in mijn vakgebied de aandacht.” Maar meer ondernemers en vooral startende ondernemers stellen dat uit, zegt Koning: “Eerst zorgen dat het bedrijf goed draait. Het verzekeren van arbeidsongeschiktheid, of je tegen een boom aanrijdt of reserveren van geld voor later, dat is plan B.” In een tijd dat alles duurder wordt, zal dat voor starters lastig zijn.

Koning: “De doorgewinterde ondernemer wedt echt niet op één paard. Die heeft wel vermogen achter de hand of hier en daar een pandje. Voor die ondernemers geldt dat het zorgen voor een goede financiële regeling voor arbeidsongeschiktheid of de nabestaanden meer prioriteit heeft dan geld voor later.” In de praktijk melden DGA’s zich voornamelijk als er een event is, zoals Koning dat noemt: “De verkoop van de zaak of een echtscheiding bijvoorbeeld. Ondernemers van een jaar of 30, 35 denken daar helemaal nog niet over nee. Dat komt pas als ze 55 zijn en dan is het: ‘Oh shit, ik heb dat pensioen nog niet goed geregeld.’ Tja, dat is dan redelijk laat. Maar nogmaals, die jongere ondernemer is in dat opzicht moeilijk te activeren. Het is soms totale desinteresse.” Op zijn bureau komen overigens ook niet veel vragen over de gevolgen van inflatie op de oudedagsvoorziening. “Het is wel druk maar dat is in januari en februari altijd het geval door het nalopen van de contracten.” Een tip voor de werkgever heeft Bernard Koning wel: “Informeer en communiceer met je werknemers over het pensioen, zodat ze weten wat ze krijgen op de einddatum. En voor de ondernemer zelf: wat is er geregeld als jij nu met je auto tegen een boom aanrijdt. Risico’s afdekken, dat is het belangrijkste. Kijk, inflatie is van alle dag en het is nu wat extremer. Als ondernemer moet je daar wel op anticiperen maar je moet ook geen gekke dingen gaan doen.”

Inhaalslag

Voor SubVice is het ondanks alle onrust business as usual, constateert adviseur Arjan Kroes van het in Zenderen gevestigde subsidie-adviesbureau: “Het aantal aanvragen groeit nog steeds en dat heeft te maken met het feit dat er de afgelopen twee jaar een wat voorzichtiger investeringsklimaat was. Er is nu sprake van een inhaalslag.” Zijn collega Gerald van Dijk is het daarmee eens: “Het innoveren ging wel door bij bedrijven maar qua investeringen is het de afgelopen twee jaar rustiger geweest. Dat komt omdat je over investeringen nu eenmaal wat langer nadenkt, met name in onzekere tijden. In branches als energie, machinebouw, de maakindustrie, daar waar men zou moeten investeren in machinepark, gebouwen, auto’s, is men wat voorzichtiger geweest.” Een ander effect is dat door de bijdragen van de overheid er mensen behouden konden blijven voor de organisatie. Van Dijk: “Die zijn in de wat rustiger periode ingezet voor innovatie of gingen in scholings-achtige trajecten.”

Bedrijven durven nu wel weer te investeren, of zoals Van Dijk het noemt: “De lef komt een beetje terug. Ik heb niet het gevoel dat dit nu weer terugloopt door de huidige ontwikkelingen, zoals inflatie. Zeker binnen de maakindustrie komt langzaam het normaal terug.” Ook in ICT wordt weer meer geld gestoken, zegt Kroes, die zich richt op deze sector: “Er zijn veel projecten opgetuigd. In Noord-Nederland is er animo voor ontwikkeltrajecten voor nieuwe software. Daardoor zijn budgetten wel uitgeput. Je ziet in de IT dat het type werk altijd doorgaat. Thuiswerken is voor deze groep geen onbekend fenomeen. Het gaat in die branche als een sneltrein.” Vanuit Brussel en Den Haag is er nog altijd bereidheid om subsidies te verstrekken, maar de overheid trekt zich wel terug. Gerald van Dijk: “Bepaalde budgetten lagen vorig jaar hoger vanwege ondersteunende maatregelen in het kader van corona. Dat ligt nu weer op niveau van vóór de pandemie.” In het licht van de stijgende prijzen en andere internationale ontwikkelingen merkt Van Dijk op dat er nog geen grote verschuivingen zijn. “Neem een machinefabriek. Die moeten machines bouwen. Wellicht dat de winstmarge wat lager uitvalt of de kostprijs hoger wordt. Maar die machine moet hoe dan ook geleverd worden omdat een bedrijf dat nodig heeft om productie te maken. De economie is een keten, alles grijpt in elkaar. En ik merk nog niet dat hoge gasprijzen of onzekerheid rond Oekraïne gevolgen hebben voor onze klanten. Wel het tekort aan arbeidskrachten. Men wil vaak meer doen dan kan met de huidige mensen en nieuwe mensen zijn lastig te vinden.”

Dienstbaar zijn

Subsidie aanvragen hoort bij ondernemers niet op nummer één te staan. In de visie van SubVice moet de wil om te innoveren of te investeren leidend zijn, zegt Gerald van Dijk: “Subsidie moet dienstbaar zijn aan de activiteiten die een ondernemer wil doen. En in dat kader is het verstandig om een voorsprong te blijven houden. In dit soort tijden moet je voorsorteren op de goede tijden die straks komen. Als je dat dan nog moet doen, ben je te laat.” Dat SubVice in dat opzicht een belangrijke partner is, ligt aan de filosofie van SubVice, zegt Kroes: “We gaan met de klant van A tot Z door een subsidietraject, groeien mee en weten wat de wensen zijn: van aanvraag tot de einddeclaratie zijn we betrokken en waarborgen zo de subsidie. Aanvragen van een subsidie is een kunstje dat veel partijen kunnen, maar het feitelijk binnenkrijgen van die subsidiebijdrage en voldoen aan de richtlijnen wordt wel eens verwaarloosd. Samen uit, samen thuis is ons motto.”

Gerald van Dijk is tot slot optimistisch, ook in deze tijden: “Iedereen is druk bezig. Er zijn natuurlijk incidenten van ondernemers die het lastig hebben of op de rand van omvallen staan. Maar voor de rest zie ik het niet zo somber in.”

Vastgoed en fiscaliteit

Door alle stormen en eeuwen heen is beleggen in onroerend goed altijd een veilige haven geweest. Ook nu is het te overwegen om te investeren in vastgoed. Fiscaal jurist Mr. Emile Klomp van Jongbloed Fiscaal Juristen zet de mogelijkheden en fiscale gevolgen uiteen. Als u als particulier kiest voor vastgoedbeleggingen dan wordt dit in beginsel gezien als privévermogen of privébeleggen. Dit valt in de regel binnen het box 3-regime van de inkomstenbelasting. Het is ook mogelijk dat u er zó druk mee bent (verbouwen, vergunningen, etc.) dat de Belastingdienst van mening is, dat er sprake is van beleggen in box 1.

Beleggen in box 3

Beleggen in onroerend goed valt veelal in box 3. Dus als u een appartement, woning of bedrijfspand koopt, zijn de (huur) inkomsten belastingvrij, maar de kosten niet aftrekbaar. Het moet dan wel gaan om passief beleggen. Dit betekent dat u het beheer en onderhoud van de onroerende zaak zoveel mogelijk uitbesteedt. Als u actief betrokken bent, bijvoorbeeld door zelf huurders te zoeken, verbouwingen te verrichten, vergunningen aan te vragen, etc, kan de Belastingdienst besluiten dat er sprake is van beleggen in box 1. Overigens wordt beleggen in vastgoed in box 3 de komende jaren minder gunstig omdat de heffing in box 3 zal toenemen. Bij een onroerende zaak die volledig is gefinancierd en een waarde heeft van € 1.000.000 is er thans geen box 3-heffing verschuldigd, maar onder de nieuwe wetgeving is er € 7.000 aan box 3-heffing verschuldigd. Het gemeenschappelijk (bijvoorbeeld met uw kinderen) kopen van een onroerende zaak wordt hiermee aantrekkelijker.

Beleggen in box 1

De Belastingdienst kijkt mee met de onroerend goed portefeuille. Soms kan de omvang van de portefeuille of uw beroep aanleiding zijn om vragen te stellen. Bij een omvangrijke portefeuille of bij specifieke beroepen (makelaars, aannemers, projectontwikkelaars, etc.) zien wij steeds vaker dat de Belastingdienst vragen stelt over het mogelijk beroepsmatig verhuren van onroerend goed. In dergelijke gevallen is de gunstige box 3-regeling niet van toepassing, maar is sprake van winst uit onderneming of resultaat uit overige werkzaamheden (beide box 1).

Beleggen in de B.V.

Als er een risico bestaat dat er sprake is van beleggen in box 1 kunt u overwegen om de onroerende zaken onder te brengen in een besloten vennootschap. De huuropbrengsten zijn dan weliswaar belast maar de kosten zijn wel aftrekbaar. De hypotheekrente en afschrijvingen kunnen in mindering worden gebracht op de ontvangen huur. Ook is het mogelijk om de aandelen – vanaf de start of daarna – mede op naam van de kinderen te zetten. Hiermee bouwen uw kinderen alvast vermogen op en bespaart u in de toekomst erfbelasting en box 2-heffing. Het stemrecht over de aandelen kunt u onderbrengen in een stichting; hierdoor hebben de kinderen wel het (economisch) eigendom maar geen stemrecht.

Familiefonds en onroerend goed

Steeds vaker adviseren wij bij onroerend goed portefeuilles om dit onder te brengen in een fonds voor gemene rekening of een commanditaire vennootschap. In dergelijke structuren wordt er gemeenschappelijk met anderen (bijvoorbeeld vrienden, familie of kinderen) belegd in een onroerende zaak waarbij gewoon de regels voor box 3 kunnen worden toegepast. Hiermee maakt u fiscaal gebruik van het beste uit twee werelden; de belastingheffing is laag en u voorkomt schenkof erfbelasting in de toekomst. In dergelijke vormen kunt u de zeggenschap over de onroerende zaken bij één of meerdere personen laten. Het is verstandig om de opzet door een deskundige te laten opstellen, de onderlinge afspraken moeten hierbij in overeenkomsten worden vastgelegd.

Overige aandachtspunten

Los van bovenstaande is er nog een aantal aandachtspunten waarop u moet letten bij beleggen in onroerende zaken. De belangrijkste zijn:

>
>
>
EY
Jongbloed
Boers & Lem
Westerhuis Verhuur
Eurorisk