Eelco Osse en duurzaam ondernemen

Eelco Osse en duurzaam ondernemen

“We willen impact maken”

Een duurzame tractor, een vliegwiel voor peakshaving, een systeem om spuitbussen milieuvriendelijk te recyclen. En als laatste een installatie die huishoudafval omzet in hoogwaardige brandstof. Eelco Osse van de Almelose machinefabriek Boessenkool kan niet worden verweten geen aandacht te hebben voor duurzaamheid, circulariteit en milieu. De veel gelauwerde ondernemer en zijn bedrijf opereerden vele jaren onder de radar. Met de innovatieve dadendrang kan dat niet meer. “Ik moet niet zo schoppen tegen de overheid, zei minister Kamp eens tegen mij.”

Het was een topweek voor Eelco Osse. De eerste Multitooltrac, de elektrische tractor, werd met RDW-erkenning, opgehaald door een Zeeuwse akkerbouwer. Het eerste systeem voor recycling van spuitbussen werd verscheept naar de VS. En hij ontving de Prins Friso Ingenieurs publieksprijs 2019. Waar zijn zoontje zo trots op is, is dat hij de prijs mee naar school nam… Zelf is hij er ook trots op. Want hoewel er bij Boessenkool geen gebrek is aan certificaten, prijzen en andere onderscheidingen, spreekt dit eerbewijs hem zeer aan: “Het is meer persoonlijk, een schouderklopje voor je ondernemerschap en de maatschappelijke impact. Dat is mooi.” Zelf zal hij zich dat schouderklopje niet snel gunnen. Gedurende het gesprek verwijst hij meerdere malen naar zijn medewerkers: lassers, frezers, draaiers. “Goede mensen met heel veel ervaring. En ook de durf om een risico te nemen. En dat hebben we hier soms wel nodig…”

Van T-fordjes naar prototypes

Terug naar de jaren twintig. In Almelo begint de familie Boessenkool een Ford-garage. Het dealerschap is meer dan T-Fordjes verkopen. De wagens moeten ook onderhouden worden en daarvoor wordt een machinefabriek opgericht. Onderdelen moeten namelijk zelf worden geproduceerd. De fabriek groeit en als er allang geen T-Ford meer wordt verkocht, is Boessenkool een stevig bedrijf dat onder andere LPG-tanks maakt en - nog altijd - het zelf ontwikkelde LPG-vulpistool produceert. Eelco’s vader nam het bedrijf over van de familie Boessenkool en in 2001 stapt junior zelf binnen. In 2005 neemt hij ook de aandelen over. Op dat moment had het bedrijf al een naam in Europa. Voor de deeltjesversneller CERN worden onderdelen geproduceerd, andere opdrachtgevers zijn de medische sector, food en luchtvaart. “Ook risicovolle projecten”, vertelt Eelco Osse: “Opdrachtgevers die een prototype wilden bouwen van een nieuwe apparaat of systeem. Dat was al zo onder mijn vader, maar door mij eigenlijk nog meer uitgebreid, hoewel ik het risico wel inzag. Mijn vader kwam uit de weg- en waterbouw. Als het werktuigbouwkundig te ingewikkeld werd, ging hij met die vragen terug naar de mensen hier. Ja, dan was er een moment van bezinning. Doen we het of doen we het niet. Ik ben werktuigbouwkundige, ik kan bij de klant aan tafel sneller schakelen. Ja, er zat ook iets in dat ik mij wilde bewijzen; uitdagende projecten doen.”

MRI scanner

De inspanningen die werden gedaan voor de klant leidden niet in alle gevallen tot grote successen. Osse: “Je neemt een risico als je voor een klant een prototype maakt. Frustrerend is het af en toe wel, dat bij succes ‘slechts’ de klant met de eer gaat strijken.” Zoals met Philips Medical dat Boessenkool verzocht om een prototype voor een MRI-scanner te maken. “We hebben er drie mogen maken, toen zijn ze naar een lagelonenland  gegaan voor de serieproductie. Het is een apparaat met minimale toleranties. Daar heb je echte vakmannen voor nodig. Na de eerste tegenslagen in de lagelonenlanden kwamen ze weer aan ons vragen of we ze uit de brand konden helpen omdat die andere fabrikant het niet voor elkaar krijgt…”

Kennis, ervaring en lef

“Dat ons bedrijf heel veel kan heeft maar met een ding te maken: het hoge vakmanschap. Kennis is goud waard en ervaring is heel belangrijk. Daarom willen we onze mensen ook zo graag houden. Het zijn mensen die lef hebben, een risico durven te nemen. Toen ze hier kwamen met het ontwerp voor die MRI-scanner en ze zagen de toleranties, maar er dan toch mee aan de slag gingen. Die mentaliteit hebben we hier.” De kennis en ervaring van bijna vijftig lassers, draaiers en frezers op de werkvloer zijn ook opgebouwd doordat het Almelose bedrijf veel uiteenlopende projecten en producten binnenhaalde. “Op een gegeven moment weten ze je vinden, het is een klein wereldje. We krijgen opdrachten uit de olie en gas, de food, vliegtuigbouw, noem maar op. En alles heeft weer zijn eigenaardigheden. Juist die breedte levert kennis op.”

Multitooltrac

Tot 2016 deed Boessenkool veel opdrachten voor de olie-en gasindustrie. “Zo’n vijftig tot zestig procent van de omzet”, vertelt hij: “Toen kwam de klap in de oliewereld en verdween veertig procent van onze omzet. Nee, dat was niet prettig: een jaar om te overleven.” Als bij toeval kreeg Osse een prikkel om zich met zijn bedrijf bezig te houden met duurzaamheid. Er meldden zich, een aantal jaren voordat de olie-en gassector als financiële bron opdroogde, zeven Zeeuwse akkerbouwers. “Die waren bezig met biologische landbouw. Geen bestrijdingsmiddelen gebruiken, geen zware tractoren die de bodem verdichten zodat er vaak geploegd moest worden.” Het verhaal is bekend: Boessenkool ontwierp een elektrische trekker, de Multitooltrac, als duurzaam alternatief voor diesel-slurpende krachtpatsers. De eerste is, na jaren testen, twee weken geleden in gebruik genomen. “Ik werd wel aangestoken door die boeren met hun biologische gedachtengoed”, zegt Osse nu: “Je gaat dan nadenken over het milieu. Kijk, het zal onze generatie en onze kinderen nog niet zo raken, maar de generaties daarna zitten met een probleem.”

Peakshaving: renewable energy

Aangestoken of niet, bij Boessenkool kwamen aanvragen binnen voor prototypes en systemen die rechtstreeks verband hielden met zaken als energiebesparing en circulaire economie. Na de trekker meldde het Rotterdamse S4 Energy zich aan de Turfkade. Het bureau focust, kort door de bocht, op het optimaliseren van stroomproductie. “Die man kwam hier en had een kopje met een lampje erop. Hij steekt de stekker in het stopcontact en dat lampje brandde. Ook toen hij de stekker er weer uit haalde. In dat kopje zat een soort tolletje dat bleef draaien en de stroom leverde voor dat lampje”. Het bleek de basis voor de Kinext die door Boessenkool werd uitontwikkeld en geproduceerd. Simpel gezegd een enorm vliegwiel waarmee pieken en dalen op het openbare elektriciteitsnetwerk kunnen worden afgevangen. Osse: “Door windmolens en zonnepanelen is de stroom op het net niet meer constant. Er zijn veel meer pieken en dalen; er hoeft maar een wolkje voor de zon te schuiven en de capaciteit gaat naar beneden. Voor netbeheerders is dat een probleem, omdat ze de capaciteit zo stabiel mogelijk moeten houden.” Peakshaving is dan de oplossing; het ‘afschaven’ van stroomaanbod. Kinext is een vliegwiel dat gaat draaien zodra er een piek ontstaat. De overtollige stroom wordt opgeslagen in een draaiende massaschijf (rotor). Als de piek voorbij is, stopt het vliegwiel. Als er een dal ontstaat, bijvoorbeeld als dat wolkje voor de zon schuift, levert het vliegwiel de stroom terug door de energie weer uit de draaiende rotor te halen en aan het net terug te geven om zo’n dip te voorkomen. Inmiddels zijn er twintig peakshavers gebouwd waarvan een aantal op het terrein van Boessenkool staan. “Die zetten we zelf in als peakshaver voor netbeheerder Tennet. Die constructie is nodig omdat Tennet zelf geen stroom mag leveren. Dat doet Kinext namelijk wel op het moment dat er stroom aan het net wordt toegevoegd”, aldus Osse. Met Kinext begeeft Boessenkool zich in het domein van de renewable energy; door de toename van zonnepanelen en windenergie zal de behoefte aan peakshaving toenemen. Dat hoeft dan niet meer door een elektriciteitscentrale af of op te schakelen: het vliegwiel en de eventueel daaraan gekoppelde accu’s vangen het op.

Recycling van spuitbussen

Op het gebied van circulariteit heeft Osse met zijn team inmiddels ook een succes geboekt. Op aangeven van een Canadese ingenieur werd in Almelo een systeem ontwikkeld om spuitbussen te recyclen. “In die bussen zitten gassen en CFK’s die nu de lucht invliegen. En de resten van verf of andere producten verdwijnen uiteindelijk in de bodem. Recycling van spuitbussen is gevaarlijk. Het is heel explosief en er gebeuren veel ongelukken mee”, aldus Osse die het concept verbeterde: “Het hele systeem past nu in een twintig voets container.”

Kern is een pers waarin de blikken worden samengeperst. De vrijkomende gassen worden afgevangen en kunnen als propaan of butaan worden gebruikt. Dat geldt ook voor CFK’s en de resten, zoals vloeistoffen: het kan als brandstof worden gebruikt in een centrale om energie op te wekken. De blikjes zelf worden weer omgesmolten. Volledig circulair dus.

Altijd strijdvaardig

Dat is ook de nieuwste aanwinst in het duurzame oeuvre: een installatie waarmee gewoon huisvuil wordt verbrand door middel van torrefaction, een type verbranding waarbij de calorische waarde van het materiaal zoveel mogelijk behouden blijft. De resten vormen een hoogwaardige vervanger van hout of steenkool. Niet alleen heeft het materiaal een 2,5 maal hogere brandwaarde, bij verbranding is de uitstoot van CO2 liefst negentig procent lager. Osse: “We willen in Bangladesh een systeem plaatsen. Het past in een container en kan direct worden ingezet. Ook in Afrika bijvoorbeeld. Overal is huisafval, door het met ons systeem om te zetten in nieuwe, waardevolle brandstof hoeven ze het tropisch oerwoud niet op te stoken.” Een duidelijke win-win situatie, maar Osse loopt met zijn duurzame initiatieven tegen een muur aan. “De overheid wil niet meewerken met dat project in Bangladesh, waar Rohingya vluchtelingen elke dag elf hectare bos kappen om te kunnen koken. Bij de banken hoef je ook niet aan te kloppen. Ze hebben de mond vol over groen, maar als ze de knip moeten trekken zijn ze niet thuis. Een investeringsmaatschappij? Nee, daar ben ik heel behoedzaam mee, dan gaan hier namelijk heel andere belangen spelen.” Hij zegt het met overtuiging: “Kijk, er komen renewables en circulariteit neemt toe. Maar tussen die renewables en gas en kolen is er nog niets. In die tussenperiode gaat er wel allerlei meuk nog steeds de grond en de lucht in. En daarom willen wij impact maken. Helaas is dat moeilijk, de mate van opschalen van onze projecten is beperkt omdat de financiële slagkracht ontbreekt. En je moet ook nog eens vechten tegen de grote reuzen.” Maar een klein duimpje is Boessenkool niet meer. Eelco Osse blijft strijdvaardig. “Ze vinden me in Den Haag een zeurpiet. Ik moet niet zo tegen de overheid schoppen, zei minister Kamp. Maar ik blijf zeuren, want anders gebeurt er nooit wat. Als je ziet hoe de dieselmaffia de LPG als schonere brandstof kapot heeft gemaakt. Het is dieptriest…”

>
>
>
Dag van werkplezier
EY
Boers & Lem
Eurorisk
Aysay
Jongbloed
Van Deinse Medianieuw
Vincent Croce Kalenders
Twentelife Summer Festival