"‘We moeten onze successen ook vieren"

"‘We moeten onze successen ook vieren"

Onno van Veldhuizen

Hoe creëren we in Twente een omgeving waar je niet omheen kunt als je slim wilt zijn. Die vraag stelde burgemeester Onno van Veldhuizen vorig jaar in zijn nieuwjaarstoespraak. Het gebrek aan talent, de haperende aanzuigende werking van de regio maar zeker ook het uitwaaieren van hier opgeleide professionals naar elders; het was en is nog steeds een grote zorg voor de Enschedese burgemeester, tevens voorzitter van de Regio Twente. Voordat hij zijn nieuwjaarsrede in januari uitspreekt een eindejaarsgesprek met Van Veldhuizen. Over talent, economie, politiek en onze oosterburen.

Ja, hij maakte zich grote zorgen in zijn rede in januari van dit jaar. En nee, een burgemeester en regiovoorzitter kan zich niet verstoppen en moet zaken agenderen. “Zodat je het er op tijd over kunt hebben, anders ben je laat”, aldus Onno van Veldhuizen, die twee regionale problemen constateert: bereikbaarheid en het tekort aan talent. Problemen die een regelrechte correlatie hebben met het achterblijven van de bevolkingsgroei. “We groeien minder hard dan bijvoorbeeld Arnhem, Apeldoorn, Amersfoort en Zwolle. Dichter bij de magneet van de Randstad zie je de grootste economische groei. Twente heeft een aandeel in het Bruto Nationaal Product van twee, drie procent. Dat was in sommige jaren voor de oorlog 20 tot 25 procent! Ondenkbaar dat we dat in deze tijd ook maar kunnen benaderen, maar ons aandeel moet omhoog en daarmee ook de groei van de bevolking. We halen hier de jeugd van Winterswijk tot Emmen binnen voor het onderwijs. Maar kijk je naar de demografie, dan wordt het niet voller maar leger. De voorspellingen voor de leerlingaantallen voor basisscholen, dat wordt rap minder. Je ziet de beroepsbevolking afnemen. Dat is een trend die we moeten keren, want het aantal banen en de mismatch op de arbeidsmarkt nemen toe. Het betekent dat we talent meer en meer van buiten moeten halen. Ook mondiaal. En dan ook zorgen dat we ze hier houden. De aantrekkingskracht van Twente moet omhoog.”

Zelf aan de slag

Daar ligt een belangrijke opdracht. Uit onderzoek blijkt dat de geringen naamsbekendheid van Twentse bedrijven mede debet is aan de uitstroom van talent. Thales en Demcon scoren hooguit vier procent, de rest van het Twentse bedrijfsleven is voor studenten onbekend terrein. Daarnaast is de taal een drempel. Van Veldhuizen: “Daar zal het bedrijfsleven echt iets aan moeten doen. De markt is omgedraaid, je bent er niet met een advertentie op Monsterboard. Je moet zelf aan de slag. In die nieuwjaarsrede heb ik ook gezegd: iedereen met een diploma in de hand verlaat Twente niet voor hij of zij hier drie gesprekken heeft gehad met potentiele werkgevers. Ja, dat proberen we nu ook met elkaar te organiseren. Ik hoop daar in de komende toespraak een beetje meer licht te kunnen geven op hoe we daarvoor met elkaar in actie moeten komen.”

Op tijd vertrekken

“We hebben in Twente talenten; onze netwerkdichtheid is groot en de lijnen zijn kort. Dat is ook een van de redenen waarom we een bedrijf als Lithium Werks naar binnen hebben kunnen halen. De wereld was jaloers en ze hadden ook heel goed ergens anders kunnen gaan zitten. Kapitaal is fluïde, dat flitst over de wereld. En toptalent en topondernemers hebben het voor het kiezen. Als je daar bovenin niet mee blijft doen dan raak je het vreselijk snel kwijt. Het is als Van Hanegem zei: ‘Als je langzaam bent, moet je op tijd vertrekken’. Ons talent is niet snelheid, ook niet in mondiaal opzicht. Dus we moeten met elkaar op tijd vertrekken. En zeker, het is de Twentse kracht om dat uiteindelijk te kunnen doen.” Maar de voorzitter van Regio Twente constateert ook dat er dan stevig samengewerkt moet worden. Er zijn immers veertien gemeenten en die kikkers moeten wel in de kruiwagen blijven. “En dat is niet het meest makkelijke, dat onderschrijven we allemaal. Twente is qua aantal inwoners groter dan Friesland, Groningen, Drenthe, Flevoland of Zeeland. Maar we hebben niet het bestuurlijke arrangement dat daarbij hoort. Er zijn vierhonderd raadsleden in veertien gemeenten. Daar kun je over klagen en mekkeren maar dat is het feit.” Het vaststellen van een nieuwe Agenda voor Twente bleek eerder dit jaar lastig en ook op andere terreinen zal de samenwerking beter moeten. “Ik vind het oprecht jammer dat de Twentse WGR-plusregio ter ziele is gegaan. Maar er zijn nu eenmaal  slingerbewegingen. En ja, die slinger gaat ook weer een keer de andere kant uit.”

Kunst van het samenwerken

”Mijn talent is niet om om de hete brei heen te draaien. Dat zal misschien als hard worden ervaren maar ik doe het met de beste bedoelingen om dingen te agenderen en het er met elkaar over te hebben. Formeel heb je geen macht als voorzitter van de regio, maar ik kan aanmoedigen, agenderen. Daar moeten dan vierhonderd raadsleden iets van vinden. Maar kijk, niemand heeft behoefte om veertien verschillende verhalen aan te horen. Die veertien raden zijn dus aan zet om samen het Twentse belang te behartigen. Want dat gezamenlijke belang is er zeker. Als je dat niet behartigt, dan loop je daar als individuele gemeente een keer keihard tegen aan. Het is niet gemakkelijk een gezamenlijke agenda geaccepteerd en uitgevoerd te krijgen. De kunst van het samenwerken, daar moeten we in Twente in excelleren, maar dat blijft moeilijk. “

Kafka aan de grens

Van Veldhuizen is zeker niet pessimistisch: “Onze concurrentiekracht is dat we licht en ruimte, identiteit, traditie en cultuur hebben. En we liggen voorin Duitsland in plaats van achterin Nederland! We hebben meer oosterbuur dan westerburen. Dat is een concurrentievoordeel dat we binnen Europa zien ontstaan.”

“Nee, mondiaal wordt het niet rustiger qua politieke verhoudingen. Veel staat op losse schroeven. Maar als ik kijk naar Nordrhein Westfalen en Niedersachsen, dat zijn onze stabiele partners. Als we daar goed mee samenwerken, kunnen we nog acht procent groei realiseren in onze grensregio. Dus geen grenzen aan de groei maar groeien aan de grens.” Tegelijkertijd constateert de regiovoorzitter dat ook hier de samenwerking verder moet verbeteren. In een interview in Trouw omschreef de burgervader het als ‘Kafka aan de grens’. “Ik zie op een gegeven moment een tekening van een hyperloop in Duitsland en eentje in Nederland. Maar in dat plaatje zijn die systemen niet met elkaar verbonden! Dat is eenentwintigste-eeuws technologie gecombineerd met negentiende-eeuws denken. Voor het publiek is vrij verkeer van kapitaal, goederen en mensen vanzelfsprekend. Maar als producent heb je onmiddellijk een probleem, dan wordt het lastig. Opleidingen, diploma’s, werk, andere vereisten, sociale wetgeving. Je begint echt niet moeiteloos een vestiging over de grens. Toch zijn wij de poort van Nederland naar Duitsland en vice versa. Daar zit onze competitive edge.“

Machtige instrumenten

Er moet nog veel gebeuren. Ook op het gebied van verbindingen. “De trein tussen Münster en Zwolle moet (sneller) gaan rijden. Daar heeft iedereen plezier van. Willen wij hier beroepsbevolking aantrekken én houden dan moeten mensen uit Münster, Zwolle of Arnhem binnen een uur in een netwerk met banen kunnen zijn. Daar is een wereld mee te winnen.”

Ook op ander terrein. Hij geeft een voorbeeld: “Ik heb thuis geen aardgas en krijg groene warmte van Twence. Twence mag driehonderd ton afval uit Munster verbranden. Dus concreet word ik door die internationale arrangementen duurzaam verwarmd. Circulariteit, die belangrijk is voor de toekomst. Want er ontstaat schaarste aan grondstoffen en productielijnen lopen altijd internationaal. Als we dat op gang krijgen, kan die ene geïnvesteerde publieke euro misschien wel drie, vier, vijf keer over de kop gaan. Dan praat je over een duurzame grensoverschrijdende economie, waar je veel talent, techniek en kennis voor nodig hebt.”

De rol van Brussel moet daarin niet worden onderschat. Vanuit Brussel wordt per jaar 84 euro per inwoner in de Twentse pot gestopt. Daar steekt de 7,50 euro per inwoner die de gemeenten investeren in de Agenda van Twente maar schraal bij af. Van Veldhuizen “Dan zie je hoe belangrijk Europa is voor Twente. En als je dan ook ziet hoeveel moeite die 7,50 euro heeft gekost… Met andere woorden: bij de aanstaande Europese verkiezingen gaat het wel ergens over voor Twente. Neem bereikbaarheid en transport: het is hier een lopende band van vrachtwagens. Er gaat wel elf miljoen Europees geld in het verbreden en verdiepen van het Twentekanaal om daarmee duizend vrachtwagens per dag van de weg te halen. Zo zie je maar dat de overheid instrumenten heeft; subsidies, belasting, regelgeving en inkoopbeleid. Wat koop je bij wie in? Waar geef je ruimte voor? En welke vraag en welk aanbod probeer je bij elkaar te brengen. Machtige instrumenten, maar zijn we ons hier daar bewust van en kunstenaar in? Vraag bestuurders welke instrumenten ze hebben, dan krijg je niet altijd het volledige antwoord.”

Duurzame groei

Onno van Veldhuizen komt terug op de kern van het probleem: de achterblijvende groei. “Er is ook bij mij bezorgdheid over een nieuwe crisis. Moet je dan willen dat er nog meer mensen komen, nog meer banen? Zeker, want we moeten juist zorgen voor een duurzame regionale economische groei in techniek en talent om daar mondiaal goed mee te concurreren. Wereldwijd worden wij al  ingehuurd vanwege onze waterkennis. Over tien jaar wereldwijd ingehuurd worden om onze circulaire kennis, dat zou prachtig zijn.”

“We hebben in Twente altijd harder moeten fietsen en lopen dan de rest om dingen gedaan te krijgen. Dat zal ook zo blijven. Maar als je dat hier kunt, dan kun je het overal. Talent moet vooral hier komen en hier blijven. Het is soms wat moeilijker, maar dat maakt het ook leuker. Aanpakken bij onszelf en bij andere gebieden waar het gebeurt. Ook richting Münster en het Ruhrgebied.”

Successen vieren

Wat voorrang heeft is voor Onno van Veldhuizen tot slot duidelijk: “Bereikbaarheid en het aantrekken en vasthouden van talent. Dat Eurekite, opgericht door een Spaanse student van de UT, beste Twentse start-up wordt en dat het gevierd wordt op dat podium. Hoe mooi kun je het hebben! Dat is de kern van de strategie die we samen willen hebben. In Palo Alto werken 120 alumni van de Universiteit Twente. Kees Koolen was daar één van en hij is teruggekomen en ontwikkelt hier Lithium Werks. Instituten als Fraunhofer en Max Planck: wij zijn wel de enige in Nederland die ze alle twee heeft. Dan zie je ook weer die verbinding met Duitsland, dat zet ons op de kaart. We doen de goede dingen. Het hoe, het echte resultaat, dat is de assist naar het doelpunt. We zijn de beste start-up gemeente van Europa. We hebben veel intern te bevechten, staren graag lang naar onze navel. Maar we moeten juist trots zijn en onze successen ook vieren. Neem nou de Regiodeal die recentelijk met ‘Den Haag’ is gesloten. Daarmee hebben we van de 210 miljoen euro die beschikbaar was in Twente 30 miljoen binnengehaald. En dat terwijl er voor ruim een miljard euro aanvragen zijn ingediend.”

>
>
>
TOM's Business Blow Out
Eurorisk
Jongbloed
Aysay
Van Deinse Medianieuw
Boers & Lem
ROZgroep