Erwin AAN HET WOORD

voorwoord_erwingevers.JPGDeurzett’n

Ondernemen is een lastig ambacht. Als de mussen van de dakgoot vallen dansen de ijscoboer en de bierbrouwer ’s avonds hand in hand een vreugdedans rondom de geldkist maar moet de coniferenkweker vanwege de aanhoudende droogte aan de Prozac. Een paar weken later kan het precies omgekeerd zijn. Geen peil op te trekken. Ondernemen betekent altijd weten hoe om te gaan met de situatie. Ook met tegenslagen. Mijn goede vriend Toon, die met zijn vakmanschap menige verbouwing aan ons huis tot een succesvol einde bracht, zei, als ik weer wat had verprutst, steevast: “Wi’j kent wa teeg’nslag”. Daar sprak een bewonderenswaardige berusting uit. Het vers gemetselde muurtje was door mijn toedoen omgedonderd maar zonder klacht of zucht werd het weer opgebouwd. Tegenslag, akkoord, maar je doet er toch niets aan. Of althans, weinig. En het heeft weinig zin je druk te maken om zaken die zich buiten je invloedsfeer afspelen. Nou is Toon een ZZP’er met alle kenmerken van dien: flexibel, weinig overheadkosten en vooral geen personeelslasten. Anders ligt het natuurlijk met de grote Twentse bouwbedrijven die naar verluidt een moeilijk najaar staat te wachten. Een hete herfst wordt gevreesd, maar is dat werkelijk de realiteit. Het zou vorig najaar al moeilijk worden, werd ons toch voorgespiegeld? We zijn bijna een jaar verder en net nu het lijkt dat de economie beetje bij beetje opkrabbelt, gaan de klappen vallen in de bouw. Twente, dat economisch zwaar leunt op die sector, kon het dan wel eens flink te verduren krijgen.

U merkt aan de toonzetting: ik twijfel. Ik spreek namelijk veel ondernemers die erin berusten dat het minder gaat en de portefeuille niet zo riant is gevuld. Maar één ding staat voorop: de medewerkers aan boord houden, ontslagen voorkomen. Primair vanuit de gedachte dat die mensen een waardevolle asset voor je onderneming zijn en zich straks dubbel en dwars terugverdienen. Dat maar even minder rendement.
Nu is de bouw, net als de uitzendbranche, een anticyclische sector. De effecten van economische fluctuaties raken de wal zoals de laatste kring van een steen in de vijver. Voordeel is dan dat die laatste kring meer een rimpeling is dan een vloedgolf. Kortom, ik ben als altijd optimistisch tot het tegendeel wordt bewezen. Het is inmiddels hoogzomer en dankzij een paar malse regenbuien grijpt de coniferenkweker niet meer naar de Prozac. Toch staan bij Van der Poel in Hengelo nog altijd lange rijen voor een paar bolletjes ijs. En brouwen ze zich bij onze Twentse trots in Boekelo een slag in de rondte. Valt er nog wat te klagen? Nou ja, door een beenbreuk van vrouwlief gaan we dit jaar niet op vakantie. Ik hoor het Toon zeggen: ‘Wi’j kent wa teeg’nslag…’ En denk tegelijk: Deurzett’n!

Erwin Gevers
Hoofdredacteur TOM

Voor het volledige magazine kunt u TOM nr. 4 -2010 hier bestellen.